Ons creatieve brein. Hoe mens en wereld elkaar maken.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Dick Swaab
Uitgeverij: 
Atlas Contact, 2016
ISBN: 
978 90 450 3057 9

Een volwassen menselijk brein telt tussen de 80 en 100 miljard hersencellen met elk de potentie van 1000 tot 100 000 verbindingen… In Ons creatieve brein tracht Dick Swaab ons een quasi volledige inkijk te geven in wat dat brein daarmee zoal doet. Dat is onbegonnen werk, want de hersenwetenschap gaat door een turbulente en verwarrende fase. De nieuwste scantechnieken leveren dan wel een explosie aan onderzoeksmateriaal op, maar het wordt hoe langer hoe moeilijker om door de bomen het bos te zien. ‘Laat ik tóch maar eens proberen daar wat orde in te krijgen,’ moet Swaab zich voorgenomen hebben. En dat doet hij in 'Ons creatieve brein' op een erudiete en bedachtzame wijze. Dat viel te verwachten, want Swaab weet wat er rondspookt in de wereld van het breinonderzoek en getuigt daar ook veelvuldig over met tal van gevoelige en persoonlijke ervaringen.

In de bestseller 'Wij zijn ons brein' (2010) vertelde Swaab al hoe de hersenen die we bij onze geboorte meekrijgen ons leven bepalen. Toen kreeg hij behoorlijk wat collega’s over zich heen, maar ook de nodige leken en onvermijdelijke filosofen. Die richtten zich vooral op de miskenning door Swaab van de vrije wil. Een fors debat dat nog steeds loopt en niet zo vlug beslecht zal worden... In afwachting daarvan meldt Swaab in 'Ons creatieve brein' dat het allicht beter is te spreken van een ‘onbewuste wil’. Een compromis? Geenszins, want Swaab blijft een reductionist en materialist. En daarin blijf ik hem als betrokken leek volgen. Zeker na de overtuigende lectuur van dit boek. Hierin leidt Swaab ons door het labyrint van bevindingen uit het breinonderzoek en toont hij hoe dat brein ons tot mensen maakt. Houvast daarbij zijn de beproefde tandem ‘nature-nurture’ en de interactie van de hersenen met onze omgeving. Dat dubbelspan zorgt voor de unieke ontwikkeling van elk brein, maar ook voor het ontstaan van hersenziekten en de (eventuele) genezing daarvan.

Om het epitaaf ‘creatieve brein’ te rechtvaardigen, schenkt Swaab voor alle zekerheid al van bij de aanvang de nodige aandacht aan de betrokkenheid van het brein bij creatieve vormen van communicatie zoals de muziek en de beeldende kunsten. Die blijken ook nog eens bijzonder waardevol te zijn in hun therapeutische toepassingen bij hersenaandoeningen. Dus zet Swaab zich alvast aan het verklaren van ons kunstgevoel. Aan de raadselachtige herkomst daarvan (grottenkunst) voegt hij niet veel nieuwe inzichten toe, maar om onze hang naar kunstzinnige betekenissen te verklaren voert hij wel de obligate raakpunten met andere soorten aan. Prieelvogels, termieten, spinnen, schilderende primaten, enz. passeren de revue. Daaruit blijkt dat kunstzinnigheid evolutionaire voordelen biedt. Het stuurt onze voortplantingsdrift en voedt ons gevoel voor samenhorigheid. Zo activeert muziek uit de eigen westerse cultuur bij Duitsers andere hersenstructuren dan Chinese muziek. (p. 99) Jammer dat daar niet meer lering uit wordt getrokken met het oog op interculturele contacten, maar die inschatting laat Swaab graag over aan de attente lezer.

Wist u dat …
… bij vrouwen die een probleem hebben met het op gang brengen van de melkproductie voor hun vroeg geboren kind muziek een gunstig effect heeft?
En dat …
… boeren allang wisten dat muziek met een laag tempo bij koeien de stress verlaagt en de melkproductie verhoogt?
(p. 247)

De beleving van kunst heeft uiteraard alles te maken met de hersenen. Vraag is dan: waar komt dat spirituele gevoel van welbehagen of afkeer bij het ervaren van kunst vandaan? Of: hoe gaat ons brein door selectie en duiding om met semiotische prikkels? Waarnemingen bevestigen dat bepaalde kunstwerken een heilzaam effect hebben op patiënten. ‘Music is in the brain of the beholder’ is een aloud cryptisch adagio (p. 231), maar hoe kan je hard maken dat de reacties van psychiatrische patiënten op bepaalde schilderijen wortelen in de atavismen uit ons verblijf in de savanne ergens in het pleistoceen? (p.195) Mij lijkt dat wat teveel op pseudodarwinistisch geneuzel (genre Desmond Morris) of de leer van de archetypen (Carl Gustav Jung) om echt te overtuigen, maar het maakt een en ander wel vlotter toegankelijk voor elke leek…

Het kan ook moeilijker. Een groot stuk van het boek behandelt muzikaliteit. Het blijft echter ietwat enigmatisch hoe iemand kan beweren zélf geen muzikaal gevoel te hebben, maar toch heel wat weet te vertellen over het verband tussen muziek en het brein. Dat kan soms knap lastig zijn. Het moet immers ontluisterend nakauwen zijn - ‘Muzisch genot!’ - tijdens de receptie van een Weens Nieuwjaarconcert met iemand die het ‘belonend aspect’ van muziekvakkundig fileert als iets dat ‘tot stand komt in interactie tussen de nucleus accumbens, de gehoorcortex en de ventromediale prefrontale cortex en andere voor emoties belangrijke hersengebieden.’ (p. 233) Oeps! Of hoe onvermijdelijk erudiet breinjargon soms dient te zijn om op een andere manier te kunnen genieten van kunst…

Nog filosofischer wordt het wanneer Swaab ons aanraadt om het bij het kunstgevoel te hebben over universeel versus individueel eerder dan over objectief versus subjectief. (p. 199) Daartoe draagt hij de nodige argumenten aan. Volgens hem wordt op die manier elke discussie over wat schoonheid is gemakkelijker beslecht. In één adem veegt Swaab onze illusie(s) van een vrije keuze van wat je ‘mooi vindt’ ook maar van tafel. ’ En zo zijn we toch weer dicht verzeild geraakt bij het (uitzichtloze?) debat over de mythische vrije wil…
Uiteindelijk blijft een eerder algemeen besluit overeind: ‘Muziek kan dus via een veelheid van chemische boodschappen verschillende effecten op een groot aantal hersengebieden en functies hebben.’ (p.238) Gelukkig maar…  Zo wordt 'Ons creatieve brein' al meteen een sturende gids om bij de hand te houden bij een bezoek aan de volgende muziektempel of museum…

‘Een Amerikaanse MRI-onderzoek liet zien dat kinderen van vijf maanden tot vier jaar uit gezinnen met lage inkomens minder grijze stof - dat wil zeggen, hersencellen en contacten - hadden in de frontaal- en pariëtaalkwab, dat hun hersengroei trager verliep en dat dit gepaard ging met verminderde taalontwikkeling en executieve functies en met meer gedragsproblemen.’ (p. 97)
Zorgt dat al voor de voorspelbare controverse bij filosofische debatten, dan meldt Swaab hier nog àndere redenen voor ongerustheid. Breinwetenschappelijk onderzoek zal in de toekomst ongetwijfeld zorgen voor nog méér ethisch gebakkelei. En dit zal zeker niet beperkt blijven tot de ethische implicaties van de preventie en behandeling van Alzheimer of het genderverschil tussen het brein van mannen, vrouwen, homo’s, enz… Het (voorlopig vage) vermoeden dat testosteron al tijdens de zwangerschap inwerkt op de foetale hersenen zal ongetwijfeld vele feministen op de kast jagen, macho’s in vervoering brengen en zorgen voor homofobie. (p. 111) Nog boeiender is de ongelijke spreiding van de PDI (Power Distance Index = de mate waarin men hiërarchie en autoriteit respecteert). Zo wordt wetenschap in China volgens Swaab gekenmerkt door een hoge PDI (p. 101 e.v.). In Nederland pleitte Jet Bussemaker (Minister van Onderwijs) dan ook heel snel voor de vorming van ‘competente rebellen’! (p. 110).Toch van belang voor de democratische en kritische reflex! Wordt allicht vervolgd – ook bij ons?

‘Of we in de toekomst chips kunnen implanteren en daardoor een beter functionerend brein krijgen, of de grootte van onze hersenen tijdens de ontwikkeling kunnen stimuleren valt nog te bezien. Dit laatste gebeurt al wel bij muizen.’ (p. 122)

Nog enkele opvallende fait divers uit het breinonderzoek:

Politieke voorkeuren houden verband met psychologische processen voor het hanteren van angst en onzekerheid. ‘Progressieven hebben een voorkeur voor nieuwe situaties en onzekerheid.’ (p. 118) Dat klinkt zondermeer aannemelijk, maar wat moet je ermee in een gegeven politiek systeem, zij het democratisch dan wel autocratisch? Zeker in tijden van een groter gevoel van onveiligheid…

Ander onderzoek vond verbanden tussen psychopathische trekjes en leiding in het bedrijfsleven. (p. 288) Dat zou te maken hebben met het empathisch vermogen (oxytocine) van CEO’s. ‘De leiding kan het niet schelen hoe je het doet, maar er moet ieder jaar meer verdiend worden. En in de top zitten psychopaten die precies weten wat ze doen en wat ze aanrichten. Maar het kan ze niet schelen wat ze anderen aandoen.’ (p. 289) Scherpe taal! Toepasselijke koek in tijden van bankencrisis en sociale bloedbaden, maar het zal breinwetenschappers zeker niet geliefd maken in economische middens. Maar ook: heel wat onderzoeksresultaten verdienen echt wel verdere uitdieping en rigoureuze verificatie. 

Dat geldt ongetwijfeld ook voor onderzoek naar het religieuze brein. ‘Je genetische achtergrond bepaalt [echter] in sterke mate hoe sterk dat geloof in je brein wordt geprogrammeerd, en dus of je het levenslang zult vasthouden of er gemakkelijk van kunt afstappen.’ (p. 107) Ruimte voor dogma en indoctrinatie genoeg? Zeker wanneer Swaab rapporteert dat ‘de grote apen en andere dieren morele gedragingen vertonen die in essentie overeenkomen met de onze.’ Wat verder betekent ‘dat de morele regels miljoenen jaren oud zijn en genetisch zijn vastgelegd, omdat ze cruciaal zijn voor het functioneren van de groep. Deze regels zijn weliswaar opgeschreven in de Bijbel en andere ‘heilige boeken’, maar zeker niet afkomstig uit een religie, zoals wel vaak is geclaimd.’ (p. 84) Dat laatste is zondermeer duidelijk, maar daarom nog niet geruststellend. Want wat zegt het dan weer over ons morele brein? Ook een (onbestuurbaar) atavisme? In tijden van religieus en anderszins geïnspireerd terrorisme leidt het zondermeer tot bezorgdheid en argwaan…

‘Voor je eigen genetica ben je niet verantwoordelijk.’ (p. 433)

In deze uitgave reikt Swaab aardig wat ontwikkelingen en casussen aan die behoefte hebben aan opvolging. Her en der krijg je ietwat terloopse, vaak ironische ('tongue in cheek') bedenkingen die uitnodigen tot verdere ethische reflectie en engagement. Af en toe geeft Swaab een relativerende kwinkslag die moet helpen om de morele angel uit de prik te halen. Soms lukt dat. Wanneer bijvoorbeeld statistisch blijkt dat de levensduurverwachting genetisch verankerd is, - het hebben van hoogbejaarde ouders verhoogt de kans op hoogbejaardheid van de kinderen -, krijg je de hint om je ouders ‘zorgvuldig te kiezen’. (p. 320) Maar wanneer onderzoek een verhoogd risico op Alzheimer vaststelt bij dragers van het APOEε4-gen krijg je de sussende bedenking: ‘Waarom zou je het willen weten en je ganse leven ongerust zijn?’ (p. 322) Moeten wijzelf, maar breinwetenschappers in de eerste plaats, niet zorgvuldiger en ethischer omgaan met dergelijke informatie? In de behandeling van  dergelijke morele dilemma’s is de veronderstelling van een bewuste en vrije (!) wil misschien wel heel noodzakelijk…

Dit bedachtzame engagement is in de laatste hoofdstukken van het boek nog nadrukkelijker aanwezig. Daarin rapporteert Swaab over criminaliteit, psychisch lijden, suïcide, hersenletsels, ouder worden, euthanasie, … Hij gaat er dieper in op de maatschappelijke, humane en morele dilemma’s die zich door de bevindingen van de breinwetenschappen aandienen. Geen bezorgdheden die vrolijk maken, maar duidelijke aanbevelingen voor beleidsmakers! Want er is meer op komst... Swaab schrijft erover zonder opdringerigheid, maar gevoelig en bezorgd. Wanneer het gaat over de uiteindelijke beslissing bij het levenseinde stelt hij in alle eenvoud en persoonlijk: ‘'Dit zou niet mijn keuze zijn.’ (p. 490) Dit illustreert alleszins de persoonlijke betrokkenheid van Dick Swaab…

 

Karel Van Dinter