Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Michael J. Sandel.
Uitgeverij: 
Ten Have, 2016
ISBN: 
9789025905415

In het publieke discours ontbreekt het morele denken, wordt er weinig beseft hoeveel kwesties te maken hebben met ethiek en waarden en krijgen we toenemend te maken met “een hol publiek discours zonder enige morele betekenis.” Politiek gaat niet meer over “grote zaken” zoals rechtvaardigheid, het algemeen belang, de waardigheid het openbaar bestuur en wat het betekent om een burger te zijn. De schrijver wil graag nadenken over wat de oorzaken zijn van die verarming en tevens over welke vorm die een moreel betekenisvol debat, dat we zo nodig hebben, zou kunnen aannemen. Hij wil de wereld verbinden met filosofie. Want de wereld nu heeft meer dan ooit filosofie nodig.

Hij heeft daartoe in dit boek een reeks van 26 essays verzameld die hij in de laatste 30 jaar schreef en waarvan de meeste reeds eerder in een of andere vorm gepubliceerd werden.(de meeste daarvan zijn geschreven vóór het jaar 2000 en al in boekvorm uitgegeven in 2005; 4 ervan zijn recent. )

Zowel in de vroegere als de recente essays peilt Sandel naar dezelfde thema’s:

Waarom overheerst(e) in de wereld dat blijvend geloof, de blijvende overheersing en de blijvende triomf van de markt (“Marktmechanismen zijn de belangrijkste instrumenten voor het verwezenlijken van het publiek belang” klinkt het), niet enkel tijdens de opkomst van dit “nieuwe” economische denken tijdens Reagan, Thatcher en de jongens van de school van Chicago, (bedenk daarbij hoe voor Reagan “groot” een vloek was, maar dan wel enkel van toepassing op de overheid en niet op een economische macht, georganiseerd op reusachtige schaal...) maar ook daarna, terwijl er nochtans centrumlinkse partijen aan de macht waren (Blair, Clinton, Schröder…), en zelfs na de financiële crisis (2008) die logischerwijze het einde had moeten inluiden van het kapitalisme - want het was een systeem dat duidelijk niet werkte. Bijgedachte: zelfs grootmeester Greenspan was van zijn melk toen hij moest erkennen dat de markten toch niet onfeilbaar en zelfregulerend waren… Economie is een waardevrije wetenschap van sociale keuze en we moeten duidelijk deze wetenschap opnieuw verbinden met de oudere traditie van morele en politieke economie. Economische redeneringen kunnen inderdaad zo verknoopt zijn met morele redeneringen dat ze deze gaan onderdrukken.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

Een tweede onderwerp is de commodificatie van het sociale leven in de afgelopen decennia en de maatschappelijke implicaties van het idee dat bijna alles te koop is. Zo bijvoorbeeld, is het idee dat de grootste winsten niet meer verkregen worden met het fabriceren van goederen of diensten maar met het verhandelen van financiële producten in dergelijke mate toegenomen dat geen geld meer vrijgemaakt wordt voor het investeren in de productie. “Winnen” lijkt wel hetzelfde geworden te zijn als “verdienen” en het verschil tussen de twee is dermate vervaagd dat het bijna ongrijpbaar geworden is. En we neigen steeds meer om daar niet zo zwaar aan te tillen”. In 2008 was het nochtans (even?) voor iedereen duidelijk dat dit nefast was.

Vragen die worden behandeld en vaststellingen:

Wat zijn de voorwaarden voor een goede politieke discussie? Hoe zou het zijn als we economie als een moreel en maatschappelijk project zouden opvatten? Vrijheid is iets anders dan een op consumptie gerichte, individualistische houding hebben. Vragen die we toenemend vergeten te stellen (en hoognodig weer moeten oppakken), zijn:
Het neoliberale redeneren dringt door in ons hele leven en denken .Hoe kunnen machtige economische krachten (weer) onder democratische controle worden gebracht?
Is zelfbestuur mogelijk in het licht van een mondiale economie?
Welke vormen van solidariteit en gemeenschappelijkheid kunnen democratische samenlevingen nog stimuleren in een pluralistisch tijdperk gekenmerkt door meervoudige identiteiten en complexe 'zelven'?

Om te illustreren dat we gewoon de markten laten beslissen over ethische kwesties en hoe het marktmechanisme ervoor zorgt dat we geen moeilijke morele vragen meer hoeven te stellen, geeft Michael Sandel veel voorbeelden, waarvan hier enkele: 

- Online gokken was tot kortgeleden illegaal en strafbaar. In 2013 mag gokken via internet en gebruiken de staatsloterijen dit om fondsen te verwerven voor publieke projecten. Dit is zo omdat bedrijfs- en inkomenbelastingen in de States als des duivels zijn, steeds naar omlaag moeten en de verschillende Staten om inkosten te verwerven dus (ondermeer ) het gokken moeten aanmoedigen via agressieve reclame.
- In de V.S. wordt per jaar 37 miljard uitgegeven bij roulettetafeltjes en fruitmachines. Dat is 3 x zoveel als aan bioscoopbezoek+ muziek+ materiaal voor buitensport.
- In de V.S. verkoop je je bloed. Het doneren van “je” bloed is een financiële transactie geworden.
- Het land verdedigen en oorlog voeren worden toenemend uitbesteed aan privébedrijven.
- Organen voor transplantatie koop je op de vrije markt.
- Als je leden wil ronselen of geld inzamelen voor liefdadigheid, goede doelen, verenigingen zoals Greenpeace, Artsen zonder grenzen, Amnesty International, doet iemand dat wel tegen betaling in plaats van overtuigde vrijwilligers.….
- Als je er voor betaalt, kan je lekker verder vervuilen. Je kan je studieplek aan de Universiteit verkopen.   Er is een vrije markt voor adoptiekinderen. Kinderen als handelswaar. Betalen om je kind later dan normaal af te halen bij de kinderopvang. Je kan daklozen betalen om plaatsvervangend in de rij te komen staan. Paspoorten en burgerschap kunnen in zekere landen en staten gekocht worden. Je kan een walrus, een leeuw of een olifant schieten tegen vergoeding om ze op je lijstje van de “Afrikaanse “big five” (luipaard, leeuw, olifant, neushoorn, buffel ) of de “Arctische vier” (kariboe, muskusos, ijsbeer, walrus) te kunnen aftikken.
- Je kan je kernafval kwijt bij mensen die er voor betaald worden. ( want…..). De Post geeft zegels uit met reclame en wordt daarvoor vergoed (door Disneyland, bijvoorbeeld). Wat zou je denken van gratis films, posters en onderwijspakketten geschonken door bekende bedrijven? (“voedingsleer” door Mc Donald’s of een film over de waarde van groeihormonen voor runderen voor het bevorderen van de melkproductie geschonken door Monsanto?)

Je voelt het zelf wel bij ieder voorbeeld aan: Je twijfelt wel (even). Tenslotte worden van het vrije ruilen van de neoliberale logica sommige mensen beter terwijl niemand er nadeel van ondervindt. Maar ergens blijf je ook voelen dat er iets wringt en op je gevoel inwerkt. Dit commercialiseringseffect gaat in tegen menselijke reflecties zoals altruïsme, liefde, verantwoordelijkheidszin, wederzijdse hulpverstrekking en verplichting, solidariteit, gemeenschapszin. Het klopt moreel niet, het is discriminerend voor diegenen die zich iets niet kunnen veroorloven, het is berekenend, het werkt corrumperend.

Nog in dit boek:

- Morele en politieke controverses die ontstaan uit het verband tussen spirituele idealen en politieke discussies, zoals positieve discriminatie, euthanasie, emissierechten, strafmaat, liegen in de politiek, stamcelonderzoek, de morele grenzen van de markten, de betekenis van tolerantie, de rol van religie in het publieke leven.
- Zijn individuele rechten en keuzevrijheid een voldoende basis voor een democratische samenleving?
- Wat betekent “liberaal”? In de V.S. is dat iets heel anders dan in Europa. (laissez-faire, pro-markt of respect voor pluralisme en individuele rechten.)
- In discussies over moeilijke morele vraagstukken kunnen we niet anders dan debatteren over  de begrippen “deugd” en “het goede leven” terwijl er in de moderne samenleving grote onenigheid daarover bestaat.
- Al gehoord van “dead peasants insurance”? Dit is een door de werkgevers afgesloten levensverzekering op hun werknemers- zonder toestemming van de werknemer- waarbij de premie niet uitbetaald wordt aan de naastbestaanden van die werknemer maar aan de maatschappij… Dus weddenschappen afsluiten op de dood of gokken op sterfelijkheid…wat tenminste dubieus is.

Sandel vindt het zijn plicht als filosoof om filosofie in het openbaar te bedrijven en dus (ook) politieke commentaar te leveren en morele en politieke invloed uit te oefenen op het huidig politiek debat, en om burgers uit te nodigen na te denken over de grote vraagstukken aanwezig in het dagelijks leven. Wat hij meesterlijk doet, soms voor een duizendkoppig publiek. (tik misschien zijn in naam in op Youtube…).

Een indrukwekkend boek van een ongewoon scherpe, klare, begrijpelijke en elegante hedendaagse denker.

 

V De Raeymaeker