Relationele lenigheid. Jeugdzorg 3.0 vakmanschap

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Maarten Spaander, Ellen Aptroot, Zenda Franssen, Karel Mulderij
Uitgeverij: 
SWP, 2016
ISBN: 
978 90 8850 672 7

Het opzet van dit boek is volgens de auteurs tonen dat een betekenisvolle ‘werk’-relatie tussen hulpverlener en hulpvrager van essentieel belang is én dat het belangrijk is met het kind zelf te praten en niet met de stoornis. Ze willen de lezer laten zien dat schijnzekerheden van alle tijden zijn en je er de klanten (opmerkelijk is dat ze hier niet de woorden cliënten of patiënten gebruiken) onbedoeld mee tekort doet.

Ook ‘meten is weten’ zou ongewenste keerzijden hebben en stoornisdenken kan bijzondere onprettige bijeffecten hebben, zo menen ze.
Ze voeren een aantal theorieën op en presenteren een ineengevlochten werkmodel voor de jeugdzorg dat daarop gebaseerd is. Dat werkmodel noemen ze een Systeem Theoretisch Ontwikkelings- Perspectief (STOP).

Nadat ze dat model in relatie tot systeemdenken verkend hebben, gaan ze verder met grondleggend gedachtegoed zoals de evolutietheorie, de zelfdifferentiatietheorie en kennis- en waarheidstheorieën die ze met elkaar en met het systeemtheoretisch ontwikkelingsperspectief verbinden.
Ze proberen ook onzekerheid vakkundig te omarmen en een plek te geven in de hulpverlening. Dat zou de mogelijkheid bieden om maatwerk te leveren, waar eenzijdige versimpeling van de zorg nu ten koste zou gaan van de klant.
Ze besteden aandacht aan de manier waarop problemen de relaties bepalen tussen kinderen en ouders, kinderen en leerkrachten, partners, kinderen onderling en tussen kinderen en hulpverleners.
In het laatste hoofdstuk bieden ze een waaier aan van gedachten van belangwekkende schrijvers en wetenschappers over hoe de verbinding tussen onze levensvragen en onze kennis ons bestaan vormgeeft, en hoe dit invulling geeft aan het hulpverlenerschap om de schijnzekerheden te omzeilen en tegelijkertijd onzekerheid een andere betekenis te geven.

Ook voor wie de rode draad in dit boek mist, hebben de auteurs een antwoord klaar: het leven heeft geen rode draad. Zodra je die te pakken meent te hebben, ben je hem alweer kwijt. De rode draad die de auteurs in dit boek samen met hun lezers willen weven, is dat de betrekkingen tussen mensen uit uiteenlopende bindingen bestaan.

In het hulpverleningsproces zou dat gaan om betekenisvolle binding van de mens als sociaal wezen met een ander. In hulpverleningsorganisaties zou het gaan om betekenisvolle binding in de betrekkingen met medewerkers. En in de praktijk - en nu komen we bij de titel terecht - zou het om relationele lenigheid gaan. Hierbij willen de auteurs er wél op wijzen dat zingevend werken met en doorzoeken van relationele lenigheid in verbinding met de ander, zόnder begeleiding en training, hetzelfde is als leren zwemmen zonder water.
Op het einde een opmerking die toch ook van enige humor getuigt: ‘Hoewel de schrijvers eindeloos hebben nagedacht over de volgorde, kan het zijn dat het voor jou wijzer is om het boek achterstevoren te lezen om er echt van ondersteboven te raken.’

Maarten Spaander is jeugdpsychiater, Ellen Aptroot psychotherapeut, Zenda Franssen gezondheidspsycholoog en Karel Mulderij pedagoog.

Dit boek is geschreven voor hulpverleners in de jeugdzorg zoals (ortho)pedagogen, psychologen, systeemtherapeuten, kinderpsychiaters, jeugdhulpverleners en studenten.
Voor voornoemden denk ik dat het boek boeiend kan zijn. Voor leken zoals ik, vrees ik dat het net iets te specialistisch is - al maken de praktische informatie en geestige fabels en intermezzo’s het geheel wel verteerbaarder.

Martine Messagie